Ripple kopen? Dit zijn de mogelijkheden
VISIE 15-3-2019 16:30:16

Economische wetten liggen in stukken - Lees over vijf moeilijk verklaarbare fenomenen


Fotobron: Pixabay

(finanzen.nl) - Econoom Jim O'Neill wijst deze week in een column op moeilijk te combineren fenomenen. Sinds de financiële crisis van 2008 zijn vaste economische vuistregels niet meer van kracht, stelt hij. Hij wijst op de lage werkloosheid, de ongrijpbare inflatie, zwakke productiviteitsgroei en toch hoge winstgevendheid van ondernemingen.

Nu kent O'Neill het klappen van de zweep. Hij was bestuurder bij Goldman Sachs Asset Management en minister van Financiën van het Verenigd Koninkrijk. Hij ziet nu vreemde ontwikkelingen in de wereldeconomie en zoekt verklaringen.

Factoren die je nu tegelijkertijd ziet in ontwikkelde economieën zijn voor een klassieke econoom moeilijk te combineren. O'Neill legt de vinger op de zere plekken voor klassieke macroeconomen.

Hij ziet vijf oude vuistregels falen.

1. Lage werkloosheid dus inflatie

Decennialang vertrouwden economen bijvoorbeeld op de Phillips-curve. Simpel gezegd gaat die ervan uit dat lage werkloosheid op een gegeven moment moet leiden tot inflatie. Als het voor werkgevers lastiger wordt om aan mensen te komen, moeten de lonen en prijzen wel gaan stijgen.

Maar sinds de financiële crisis van 2008 geldt die vuistregel opeens niet meer? In het Verenigd Koninkrijk en in de Verenigde Staten bijvoorbeeld is de werkloosheid historisch laag, maar de inflatie blijft zwak.

2. Kwantitatief verruimen leidt tot inflatie

Ook het monetair beleid lijkt niet meer 'normaal' te werken. Hoe kan het dat na jaren van kwantitatieve versoepeling en superlage rentes de inflatie maar niet wil oplopen? Centrale bankiers in de ontwikkelde economieën, denk aan de eurozone, moeten zich achter de oren krabben. Hoe kan dit?

3. Je kan werknemers geen loon of uren afpakken

Jaren was de aanname dat lonen niet omlaag zouden kunnen. O'Neill vertelt over de jaren '60 en '70 toen het idee was dat salarissen 'rigide' waren. Je kon lonen niet zomaar omlaag brengen en je kon ook geen uren 'afpakken' van werknemers.

O'Neill ziet nu dat de invloed van arbeidskrachten afneemt. Dat is mogelijk ook de reden waarom inflatie niet doorzet bij lage werkloosheid. Het heeft ook negatieve gevolgen voor ondernemers, stelt hij.

Bedrijven die gemakkelijk werknemers in dienst kunnen nemen en ontslaan of hen kunnen dwingen om een lager uurloon aan te accepteren, hebben weinig reden om grote bedragen te investeren in nieuwe gebouwen en apparatuur.

Wie weet heb je als werkgever de werkruimte of de apparaten helemaal niet meer nodig. Investeringen blijven uit. Lage lonen maken alles onzeker, stelt O'Neill. Hij suggereert arbeidsmarkten weer minder flexibel te maken en de arbeid minder goedkoop.

4. Forse winst dus nieuwe aanbieders komen op

Een andere belangrijke theoretische aanname van economen lijkt ook niet meer van kracht. Op bedrijfsniveau was het idee dat een sterke winstgroei nieuwe toetreders zou aantrekken. De winst zou gespreid worden ten koste van de eerdere grote winstmaker.

Concurrentie zou op zijn beurt weer moeten leiden tot meer investeringen, waardoor de productiviteit en de lonen van de werknemers worden verhoogd. Maar dit gebeurt de afgelopen jaren ook niet. Integendeel, de bedrijfswinsten én de marktconcentratie nemen toe.

Hoe kan dit? O'Neill wijst op bijzondere ontwikkelingen op de financiële markten, het reguleringsbeleid en de ruime stimuleringssystemen sinds de financiële crisis van 2008. Dominante marktspelers kunnen inmiddels veel te makkelijk de concurrentie de pas afsnijden.

O'Neill vindt het kwalijk dat bedrijven hun eigen winst verhogen door grootscheeps aandelen in te kopen. Ze investeren niet meer voor productiviteitswinsten. Het huidige belasting- en regelgevingsbeleid lijkt dergelijk gedrag aan te moedigen.

Een oplossing heeft O'Neill wel. Je moet bedrijven die niet bijdragen aan de productiviteitsgroei en die niet helpen om bredere sociale uitdagingen op te lossen niet langer allerlei voordelen geven.

5. Juich China's overgang naar een open economie toe

China weet voortdurend te groeien sinds het beleid van 'economische openstelling' in het Deng Xiaoping tijdperk. Maar de VS lijkt onder president Trump alles in het werk te willen stellen om de opkomst van China een halt toe te roepen. Dit remt de welvaart van de Chinese bevolking. Jaren geleden zou je blij geweest zijn dat het kapitalisme China inkwam en dat we profiteerden van internationale handel.

O'Neill kan zich voorstellen dat je wil dat China en Chinese bedrijven zich houden aan onderling overeengekomen wereldwijde regels. Maar het lijkt alsof gekoesterde kapitalistische uitgangspunten opeens niet gelden in de benadering van China. De huidige handelsoorlog vindt hij onwenselijk.

Wat denkt u?

Invoer toevoegen

pagehit