OLIE 29-4-2019 11:30:33

Wat betekent de hoge olieprijs voor de wereldeconomie?


Fotobron: Pixabay/CC0

(finanzen.nl) - De ruwe olieprijs staat op het hoogste niveau in zes maanden. Hogere prijzen als gevolg van de sterke vraag gelden doorgaans als een teken van een robuuste wereldeconomie. Een schok van de aanbodkant geldt als een negatieve schok.

Maar wat zijn de gevolgen voor verschillende marktpartijen? De South China Morning Post stelt dat veel zal afhangen van de vraag hoe lang olieprijzen hoog blijven. Verder zijn de gevolgen afhankelijk van de rol die je hebt.

De olie-exporterende landen zullen profiteren van een impuls in de bedrijfs- en overheidsinkomsten. Landen die veel olie gebruiken zullen inflatie zien aanwakkeren. Voor consumenten nemen de prijzen aan de pomp natuurlijk ook toe.

Maar uiteindelijk komt er een punt waarop hogere prijzen schadelijk kunnen zijn voor iedereen, denkt de South China Morning Post. De krant loopt acht vragen na.

1. Wat betekent de hoge olieprijs voor de wereldwijde groei?

Het effect zal variëren. Stijgende olieprijzen zullen het inkomen en de uitgaven van huishoudens schaden en kunnen de inflatie versnellen. China is vooral kwetsbaar als grootste olie-importeur ter wereld. Ook veel landen in Europa zijn ook afhankelijk import van energie.

Maar seizoensgebonden effecten zullen ook gevolgen hebben. Nu de zomer op het noordelijk halfrond nadert, kunnen consumenten overschakelen op andere energiebronnen en het gebruik van olie terugschroeven. Een vertragende wereldeconomie zal ook de vraag naar olie doen dalen en daarmee de prijzen in de hand houden.

2. Kan de wereldeconomie een olieprijs van 100 dollar aan?

Olie zou langere tijd boven de 100 dollar moeten staan om de economische groei echt te schaden. Dat blijkt uit een analyse van Oxford Economics. Mocht de Brent-olie tegen eind 2019 op 100 dollar per vat staan dan kan het wereldwijde bruto binnenlands product eind 2020 0,6 procent lager kan uitkomen dan nu geraamd. De gemiddelde inflatie zou dan 0,7 procentpunt uitkomen.

Het hangt mede af van de sterkte of zwakte van de dollar, aangezien de prijs van ruwe olie in dollars wordt uitgedrukt.

Economen John Payne en Gabriel Sterne uit Oxford schrijven dat ze een verhoogd risico zien op aanzienlijk hogere olieprijzen. Op de korte termijn zal het effect op het aanbod waarschijnlijk worden gecompenseerd door een hogere productie elders volgens de economen. Zij voegen toe dat de markt krapper wordt. Door een schok in de bevoorrading kan de olieprijs zomaar de 100 dollar bereiken.

3. Hoe zullen Iran en Trump de markt beïnvloeden?

De importstop van president Trump bedraagt 800.000 vaten per dag. De onzekerheden rond de beschikbaarheid van olie stuwen de prijzen op. De politieke gevoeligheden werken ook prijsvolatiliteit in de hand.

Donald Trump heeft toegezegd om met de Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten marktpartijen te helpen die olieimporten van Iran naar een andere leveranciers moeten verplaatsen. Maar die opgave is fors en de Amerikaanse binnenlandse productie van ruwe olie die vergelijkbaar is met de Iraanse, is relatief beperkt.

4. Wie wint er van de hogere olieprijzen?

De opkomende economieën domineren de lijst van olieproducerende naties. Daarom voelen ze de olieprijsstijgingen beter dan de ontwikkelde landen. De stijging van de inkomsten zal helpen om de begrotingen en de tekorten op de lopende rekening te herstellen. Hierdoor kunnen overheden hun uitgaven verhogen, wat investeringen zal stimuleren. De winnaars zijn onder meer Saoedi-Arabië, Rusland, Noorwegen, Nigeria en Ecuador volgens de analyse van Nomura.

5. Wie verliest er?

De opkomende economieën met grote overheidstekorten lopen het risico van grote kapitaaluitstromen en zwakkere valuta's. Dat zou de inflatie in die landen kunnen aanwakkeren. Dat dwingt overheden en centrale banken opties af te wegen. Gaan we de rente verhogen, zelfs als de groei vertraagt of wegvalt. Of houden maken we pas op de plaats en riskeren we de vlucht van risicodragend kapitaal.

Nomura tipt als verliezers landen als Turkije, Oekraïne en India.

6. Wat betekent het voor de VS, de grootste economie ter wereld?

Amerikaanse olieproducenten kunnen misschien een slag slaan uit lager aanbod uit Iran. Maar de bredere Amerikaanse economie zal niet per definitie profiteren olieprijzen boven de 100 dollar per vat.

De hoge olieprijs raakt de Amerikaanse consumenten. En juist zij vormen de ruggengraat van de stabiele economische groei in de VS. Maar de prijzen aan de benzinepomp zijn deze maand al met 6,3 procent gestegen. En dat kan de detailhandelsverkopen gaan drukken. Die waren in maart het meest zijn gestegen sinds 2017.

7. Zal het leiden tot een hogere inflatie in de wereld?

Energie neemt een prominente plaats in in de consumentenprijzen. Maar beleidsmakers kijken vaak naar kernindexen exclusief volatiele componenten zoals energieprijzen. Als de olieprijsstijgingen aanzienlijk en duurzaam blijken te zijn, dan die kosten ook doordringen tot transport- en nutsbedrijven.

8. Wat betekent het voor de centrale banken?

Onder leiding van de Amerikaanse Federal Reserve hebben beleidsmakers hun focus kunnen verleggen naar het afremmen van de groei de inflatie was nog erg laag. Dat zal waarschijnlijk niet snel veranderen. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft deze maand zijn wereldwijde groeivoorspelling verlaagd.  

Wat denkt u?

Grondstoffen in dit artikel

Olie (Brent) 67,18 -3,73
-5,26
Olie (WTI) 57,55 -3,77
-6,15
pagehit