COLUMN 16-10-2018 15:48:00

Guido Barthels: 'Inflatie dreigt als te grote klodder ketchup over ons heen te komen'


Fotobron: Ethenea

Guido Barthels, Senior Portfolio Manager bij Ethenea Independent Investors

Ondanks veelvuldige klappen komt de inflatie in de meeste landen maar met mondjesmaat op gang. Maar langzaamaan begint er tenminste een beetje ketchup uit de fles te komen, vooral in de Verenigde Staten. Sinds begin 2018 kruipt de algemene inflatie daar gestaag omhoog in de richting van de 3 procent.

Ook de kerninflatie, die voor de centrale bank het belangrijkste is, staat er met 2,4 procent inmiddels duidelijk boven het streefniveau van 2 procent. In de eurozone zien we echter nog maar nauwelijks enige beweging. De kerninflatie bedraagt er nu iets meer dan procent, alleen de algemene inflatie komt boven de 2 procent uit.

Inflatierisico is verhoogd

Hoe zal het nu verder gaan? Mario Draghi, voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB), had het onlangs in een toespraak over een krachtige stijging van de inflatie. Kent hij misschien cijfers die wij nog niet hebben gezien? Hoe dan ook, tal van parameters geven aan dat het inflatierisico inmiddels duidelijk verhoogd is.

Zo zal de sterk gestegen prijs van ruwe olie, die nu meer dan 60 procent hoger is dan een jaar geleden, de inflatie zeker bevorderen. Er bestaat een sterke correlatie tussen de richting waarin de cijfers evolueren van enerzijds het inflatiepercentage van de OESO en anderzijds de procentuele jaarlijkse prijsverandering van ruwe olie. Uiteraard werkt de stijging van de olieprijs niet 1:1 door in de consumentenprijzen.

Wat de samenstelling van de inflatie in de eurozone betreft: de olieprijs zal indirect gevolgen hebben voor de componenten Housing en Transport. Deze maken samen meer dan 30 procent van het inflatiecijfer uit en zijn duidelijk gestegen. Kijken we enkel naar de prijzen van benzine en diesel die voor de berekening van de CPI wordt gehanteerd, dan zien we een stijging van 13 procent.

Gaat de loondruk toenemen?

Maar niet alleen de olieprijs zorgt voor inflatie. Aangezien we nu de langste periode van economische groei sinds de Tweede Wereldoorlog doormaken, en dan vooral in de VS, is het geen wonder dat de werkloosheid gedaald is tot de laagste stand in 50 jaar.

Ook de aantallen nieuwe en langdurig werklozen, die voor de statistici onder ons zo belangrijk zijn, zijn gedaald tot het laagste niveau in jaren. Dat heeft geleid tot een loondruk die ook de markten af en toe verrast. Het nominale loon in de VS is al met meer dan 3 procent is gestegen.

Bij gebrek aan Europese cijfers hebben wij de cijfers voor Duitsland erbij genomen en daaruit blijkt dat de loonstijging hier, ondanks een ongekend hoge werkgelegenheid, beperkt blijft tot 2,5 procent. Als de economische groei doorzet, zal de loondruk wellicht toenemen en vervolgens ook tot uiting komen in de kerncijfers voor de desbetreffende consumentenprijzen.

Een grote verrassing

Een andere inflatiefactor is de toenemende bezettingsgraad in de industrielanden. Als we de Griekse tragedie buiten beschouwing laten, zijn alle andere industrielanden weer op het niveau van voor de financiële crisis. Nu hoeft een hoge bezettingsgraad in tijden van globalisering niet noodzakelijk tot hogere prijzen te leiden, maar in elk geval komt uit die hoek geen deflatoire prijsdruk.

En last but not least is er nog de zogenaamde handelsoorlog tussen China en de VS. Het rechtstreekse effect, op korte termijn, is dat de prijzen van geïmporteerde goederen omhoog gaan, wat in veel gevallen ook tot hogere prijzen voor consumentengoederen zal leiden. Indirect, op middellange termijn, zullen er vervangingseffecten optreden en/of zal de vraag dalen, wat uiteindelijk ook tot een verzwakking van de economische groei kan leiden.

Voor de centrale banken is echter vooral de inflatieverwachting van de markt ('forward inflation rate') van belang, en die is aan beide zijden van de Atlantische oceaan met iets meer of minder dan 2 procent nog zeer gematigd. Al met al zou het wel eens kunnen dat ons een grote verrassing te wachten staat.

Heel snel achter de feit aanlopen

Als de bovengenoemde factoren allemaal tegelijk op de inflatie inwerken, dan zal vooral de ECB waarschijnlijk heel snel achter de feiten aanlopen. Per slot van rekening wijst de communicatie van de ECB nog steeds op een eerste renteverhoging in de zomer van 2019. Het is duidelijk dat dit maanden te laat zou kunnen zijn en tot een aanzienlijke overschrijding van het streefniveau van 2 procent kan leiden.

Mocht het inderdaad zo ver komen, dan zullen de obligatierendementen in Europa fors stijgen. Zoals we momenteel in de VS zien, lijken hogere inflatiecijfers de centrale bank niet tot snellere en grotere rentestappen te kunnen bewegen. Op dit moment wordt rekening gehouden met een verdere renteverhoging van één procent, verdeeld in vier stappen van 25 basispunten om de drie maanden.

Als zich echter toch een 'ketchup'-moment zou voordoen en de inflatie een heel andere dynamiek zou vertonen , wat in de huidige omstandigheden heel goed mogelijk is, dan worden de komende zes tot twaalf maanden bijzonder spannend op de rentemarkten.

Guido Barthels is Senior Portfolio Manager van Ethenea Independent Investors. Tegelijkertijd is hij bij deze beleggingsfirma één van de Lead Portfolio Managers van het Ethna Defensiv Fund. Deze column is niet bedoeld als individueel advies tot het doen van beleggingen. Van posities voor eigen rekening in langskomende assets is in deze bijdrage geen sprake.

Wat denkt u?

pagehit